Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2022:3626

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
21 december 2022
Zaaknummer
23-002368-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359a SvArt. 422 SvArt. 1:34 Algemene Douanewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis politierechter inzake onrechtmatige bagagecontrole door douane

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat verdachte schuldig is aan het tenlastegelegde feit. De verdediging stelde dat de douane onrechtmatig de bagage van verdachte had doorzocht, waardoor belastend bewijs onrechtmatig was verkregen en uitgesloten moest worden.

Het hof overwoog dat het verweer niet gemotiveerd was aan de hand van de wettelijke criteria van artikel 359a, lid 2, Sv, waardoor het verweer niet hoefde te worden besproken. Daarnaast oordeelde het hof inhoudelijk dat de douaneambtenaar bevoegd was de bagage te controleren en het paspoort van verdachte te vragen op grond van de Algemene Douanewet.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en verwierp het beroep van verdachte, waarbij de straf van twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest gehandhaafd bleef.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling tot twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002368-20
datum uitspraak: 13 december 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 oktober 2020 in de strafzaak onder parketnummer 15-248292-20 tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1982,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 november 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkend dat de verdachte voor het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden, met aftrek van voorarrest, en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beslissingen dan die van de politierechter, zodat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met dien verstande dat het hof de in het vonnis onder 3.2 opgenomen overweging en de gebezigde bewijsmiddelen vervangt door onderstaande overweging en de bewijsmiddelen die (in de gevallen waarin de wet dit vereist) in een later bij dit verkort arrest te voegen bijlage zijn vervat.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft zich op de terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de douane de bagage van de verdachte onrechtmatig heeft doorzocht en dat uitsluitend door dat onrechtmatig handelen belastend bewijs is vergaard. Hij heeft het hof daarom verzocht dit bewijs niet toe te laten en – nu er overigens geen ander bruikbaar bewijs is – de verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken.
Het hof overweegt als volgt.
De raadsman heeft bewijsuitsluiting bepleit, maar heeft zijn betoog niet gemotiveerd aan de hand van de in artikel 359a, tweede lid, Sv vermelde factoren. Daarom behoeft dit verweer geen bespreking (vgl. HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, rov. 3.7). Ten overvloede wordt opgemerkt dat het verweer ook inhoudelijk niet kan slagen, omdat in dit geval de douaneambtenaar belast met de controle van passagiers op Schiphol die via de aankomsthal 1 de bagagehal wilden verlaten bevoegd was de bagage van de verdachte te controleren en haar, gelet op het bepaalde in artikel 1:34 van Pro de Algemene Douanewet naar haar paspoort te vragen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. J.J.I. de Jong en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van
mr. R.J. den Arend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 december 2022.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]