ECLI:NL:GHAMS:2022:3675
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen die sinds november 2020 in een gezinshuis verblijven. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van deze machtiging, stellende dat de maatregel slechts in uiterste gevallen en zo kort mogelijk moet worden ingezet en dat zij bereid is samen te werken met hulpverlening om de kinderen terug te krijgen.
De gecertificeerde instelling (GI) voert aan dat de ouders onvoldoende bescherming bieden tegen agressief gedrag van de vader en dat er sprake is van een patroon van het niet starten of voortijdig afbreken van hulpverlening, vooral door de vader. De kinderen hebben gespecialiseerde zorg nodig en maken positieve ontwikkelingen door in het gezinshuis.
Het hof oordeelt dat de verlenging terecht is omdat de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen in het geding zijn. De ouders tonen onvoldoende motivatie en samenwerking, en de moeder wordt geremd door haar steun aan de vader. Het contact tussen ouders en kinderen is beperkt en het hechtingsproces met de gezinshuisouders moet worden voortgezet.
De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen tot 1 december 2022.