ECLI:NL:GHAMS:2022:3685
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap van onroerende zaken in Kameroen na echtscheiding
Partijen, gehuwd in Kameroen in 2002 en gescheiden in 2021, zijn in geschil over de verdeling van drie onroerende zaken in Kameroen die tot hun huwelijksgoederengemeenschap zouden behoren. De rechtbank had geoordeeld dat vanaf 23 juli 2003 Nederlands recht van toepassing is en dat de percelen bij helfte verdeeld moeten worden.
De man voert in hoger beroep aan dat perceel A deel uitmaakt van een nalatenschap en dus privé is, dat perceel B niet aan hem toebehoort maar aan zijn broer, en dat perceel C niet zijn eigendom is. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende bewijs levert voor eigendom vóór 23 juli 2003 van perceel A, dat perceel B terecht is aangemerkt als eigendom van de man sinds 2007, en dat perceel C niet tot de gemeenschap behoort vanwege gebrek aan bewijs van eigendom.
De vrouw verzoekt ook om vergoeding van opbrengsten van plantages op de percelen, maar het hof vindt onvoldoende bewijs dat er na de peildatum opbrengsten zijn gerealiseerd. Het hof vernietigt het deel van de beschikking over perceel C en wijst de verzoeken daaromtrent af, bekrachtigt de rest en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het oordeel over perceel C en wijst de verzoeken daartoe af, bekrachtigt de rest en compenseert de kosten.