ECLI:NL:GHAMS:2022:3687
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging partnerbijdrage na echtscheiding en beoordeling behoeftigheid vrouw
Partijen zijn in 2009 gehuwd en in 2019 gescheiden. Bij beschikking werd de man verplicht een partnerbijdrage van €2.186 bruto per maand te betalen. In 2021 werd deze voorlopig verlaagd naar €1.000. De man verzocht de partnerbijdrage nihil te stellen of af te bouwen, de vrouw betwistte dit.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Er is een relevante wijziging van omstandigheden. De vrouw heeft een bruto behoefte van circa €2.352 per maand in 2022 en een draagkracht van de man is vastgesteld. De vrouw werkt sinds juni 2022 drie à vier dagen per week en verdient bruto circa €1.418 per maand inclusief yogalessen.
Het hof stelt de partnerbijdrage vanaf 1 september 2022 vast op €934 per maand. Het verzoek tot nihilstelling wordt afgewezen. Een afbouwregeling wordt niet toegewezen omdat partijen ruim tien jaar gehuwd waren en de vrouw lange tijd niet werkte. Terugvordering van teveel betaalde bijdragen wordt afgewezen omdat de vrouw deze heeft besteed aan levensonderhoud en geen vermogen heeft.
De beschikking wordt voor het deel vanaf 1 september 2022 gewijzigd en voor het overige bekrachtigd. De man dient de bijdrage telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Uitkomst: De partnerbijdrage wordt vanaf 1 september 2022 vastgesteld op €934 per maand, het verzoek tot nihilstelling en terugbetaling wordt afgewezen.