ECLI:NL:GHAMS:2022:3710
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- A.M. van Amsterdam
- S.M.M. Bordenga
- R. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Wraking rolraadsheer wegens vermeende partijdigheid in procesrechtelijke tussenbeslissing
Op 4 oktober 2022 nam rolraadsheer J.W. Hoekzema een rolbeslissing in de hoofdzaak waarin werd bepaald dat een door verzoeker opgeworpen procesrechtelijk incident gelijktijdig met de inhoudelijke procedure zou worden behandeld en niet voorafgaand daaraan.
Verzoeker diende op 7 november 2022 een wrakingsverzoek in tegen deze rolraadsheer, stellende dat diens beslissing een schijn van partijdigheid opleverde doordat deze zich zou mengen in de inhoudelijke procedure.
De wrakingskamer oordeelde dat de rolbeslissing een tussenbeslissing is die niet inhoudelijk wordt getoetst en niet onbegrijpelijk is. Er zijn geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid of een gerechtvaardigde vrees daarvan bij verzoeker.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en niet-ontvankelijk, zonder dat een zitting nodig was.
De beslissing werd uitgesproken door de wrakingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 december 2022.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rolraadsheer Hoekzema is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan gegronde vrees voor partijdigheid.