Uitspraak
3 november 2022.
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met de tenlastelegging dat hij op 20 januari 2021 in Alkmaar reed met een bedrijfsauto met aanhanger zonder het vereiste rijbewijs BE. Tijdens de terechtzitting gaf verdachte aan dat hij niet zeker wist of hij het juiste rijbewijs had en voerde hij aan dat de politie zich niet had geïdentificeerd bij zijn aanhouding.
De advocaat-generaal vorderde een geldboete van 370 euro, te vervangen door 7 dagen hechtenis. Het hof stelde vast dat het proces-verbaal vermeldde dat de aanhanger een toegestane maximum massa van 2000 kilo had, waarvoor rijbewijs BE vereist is, maar dat niet was geverbaliseerd dat verdachte daadwerkelijk met die aanhanger reed. Hierdoor kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte reed met een combinatie waarvoor het rijbewijs BE nodig was.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep, sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde en vernietigde de eerder uitgevaardigde strafbeschikking. Het hof ging niet in op de overige verweren van verdachte, omdat de vrijspraak op andere gronden was gebaseerd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet vastgesteld kan worden met welke aanhanger hij reed en dus niet bewezen is dat hij zonder het juiste rijbewijs reed.