Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 juli 2021 betreffende de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd aan de verdachte. De zaak betrof twee parketnummers met vorderingen tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen.
Het hof bevestigde het oorspronkelijke vonnis, behalve de beslissingen over de tenuitvoerlegging. De voorwaardelijke gevangenisstraf van 123 dagen opgelegd in 2019 wordt omgezet in een taakstraf van 240 uur, mede vanwege de positieve ontwikkelingen bij de verdachte zoals het verkrijgen van een woning en rijbewijs, en het ontbreken van nieuwe strafbare feiten sinds 2020. De proeftijd van de eerdere voorwaardelijke straf van 40 dagen uit 2016 wordt met één jaar verlengd, maar de bijzondere voorwaarden, zoals verplicht reclasseringscontact, worden opgeheven.
Het hof benadrukte het belang van effectiviteit van voorwaardelijke straffen en de noodzaak om consequenties te verbinden aan overtredingen. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden en gedragsverandering van de verdachte. De verdachte moet zich houden aan de algemene voorwaarde om zich niet schuldig te maken aan nieuwe strafbare feiten gedurende de proeftijd. Tevens zijn meldplicht en begeleid wonen onder toezicht van reclassering opgelegd.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 22 september 2022, waarbij twee rechters het arrest niet medeondertekenden.