Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2022:3770

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 maart 2022
Publicatiedatum
17 januari 2023
Zaaknummer
23-000943-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 57 SrArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet, gevangenisstraf opgelegd

In deze zaak stond het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet centraal. De verdachte werd door de politierechter veroordeeld, maar ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en heeft opnieuw recht gedaan.

Het bewezenverklaarde betreft meerdere overtredingen van het verbod zoals gesteld in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet, gepleegd op 20 maart 2021 te Amsterdam. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand. Daarbij is rekening gehouden met de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, welke in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf.

Daarnaast heeft het hof besloten tot teruggave van de in beslag genomen goederen, waaronder geldbiljetten, een telefoon en een weegschaal, en gelast de bewaring van deze goederen ten behoeve van de rechthebbende. Tevens is een taakstraf van 120 uren opgelegd en is een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf omgezet in een onvoorwaardelijke hechtenis van 60 dagen.

De uitspraak is gedaan door mr. H.A.G. Nijman, in aanwezigheid van griffier mr. A. Ivanov, op 15 maart 2022.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot één maand gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en taakstraf van 120 uur.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-079851-21 en 23-000979-19 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-000943-21
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 15 maart 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 april 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod,
meermalen gepleegd.
gepleegd
op 20 maart 2021 te Amsterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • 19 STKS Geld (Biljetten), 380 euro (19x20 eurobiljetten), [kenmerk 1]
  • 6 STKS Geld (Biljetten), 30 euro (6x5 eurobiljetten), [kenmerk 2]
  • 5 STKS Geld (Biljetten), 50 euro (5x10 eurobiljetten), [kenmerk 3]
  • 5 STKS Geld (Biljetten), 250 euro (5x50 eurobiljetten), [kenmerk 4].
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • 1 STK Telefoon (Apple Iphone), [kenmerk 5]
  • 1 STK Weegschaal, [kenmerk 6].
Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 januari 2019 met parketnummer 23-000979-19, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, een
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
Gewezen door mr. H.A.G. Nijman, in bijzijn van mr. A. Ivanov, griffier.
mr. H.A.G. Nijman