ECLI:NL:GHAMS:2022:3780
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in hoger beroep wegens onvoldoende bewijs tenlastelegging
In deze zaak stond de verdachte terecht voor een tenlastelegging die door de politierechter was beoordeeld. Het hof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van 2 augustus 2019 van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland.
Na heroverweging van het bewijs en de feiten heeft het hof geconcludeerd dat het tenlastegelegde niet bewezen kon worden tegen de verdachte. Dit leidde tot vernietiging van het eerdere vonnis en een nieuwe beslissing in de zaak.
Het hof sprak de verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was om de schuld van de verdachte aan te tonen. Hiermee werd het principe van de onschuldpresumptie gerespecteerd en werd de verdachte niet veroordeeld.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 februari 2022, waarbij mr. S.M.M. Bordenga als rechter fungeerde.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het tenlastegelegde.