Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Aanvullend bewijsmiddel
de verdachte[doorgenummerde pagina’s 17-18]:
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 17 november 2022 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 16 juni 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor het invoeren van een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met een aanvulling op de bewijsmiddelen en de strafmotivering.
Als aanvullend bewijsmiddel is een proces-verbaal van verhoor voor inverzekeringstelling toegevoegd, waarin verdachte verklaarde dat er drugs in zijn koffer waren aangetroffen en dat hij hiervoor 15.000 euro zou krijgen. Het hof heeft de strafmotivering uitgebreid met verwijzing naar de LOVS-oriëntatiepunten, die een consistente landelijke strafoplegging bij dergelijke delicten beogen.
Het hof hanteert de LOVS-oriëntatiepunten als uitgangspunt en benadrukt dat voor invoer van 2.000 tot 3.000 gram harddrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 tot 30 maanden passend is, en voor 3.000 tot 4.000 gram 30 tot 36 maanden. De door de rechtbank opgelegde straf past binnen deze kaders. Hoewel het hof oog heeft voor de moeilijke persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, acht het deze niet afwijkend genoeg om van de richtlijnen af te wijken. Bovendien weegt mee dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor opiumdelicten en dus een gewaarschuwd mens is.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijzigt het niet, waarmee de straf gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het hof bevestigt de gevangenisstraf opgelegd door de rechtbank voor invoer van harddrugs.