Uitspraak
[verdachte]
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 16 november 2022 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 6 april 2022. De verdachte heeft via zijn raadsvrouw laten weten het hoger beroep niet te willen handhaven, waardoor hij geacht wordt de eerder opgegeven bezwaren tegen het vonnis in te trekken.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij nader onderzoek van de zaak. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De beslissing is genomen door mr. S.M.M. Bordenga, in aanwezigheid van mr. S.W.H. Bootsma, griffier. De uitspraak betreft een formele beslissing over de ontvankelijkheid en bevat geen inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van de bezwaren.