Op 11 maart 2022 pleegde verdachte in Amsterdam het misdrijf wederspannigheid, waarbij enig lichamelijk letsel werd toegebracht. De politierechter veroordeelde verdachte, tegen welk vonnis hoger beroep werd ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor een deel van het hoger beroep, vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht.
Het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twee weken. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van €104,60 aan materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 maart 2022. De overige schadevergoeding werd afgewezen.
Daarnaast legde het hof aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, het toegekende bedrag te betalen. De duur van gijzeling werd vastgesteld op maximaal twee dagen, waarbij betaling van één van de verplichtingen de andere verplichting doet vervallen. De kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging werden begroot op nihil.