ECLI:NL:GHAMS:2022:40
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
De verzoekster heeft op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd.
Het verzoek betrof vergoeding van kosten rechtsbijstand in de strafzaak zelf (€18.373,25) en kosten in de verzoekschriftprocedure (€680,00). Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en de advocaat van de verzoekster gehoord tijdens een openbare zitting, waarbij de verzoekster zelf niet aanwezig was.
Het hof oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van de gevraagde vergoeding, conform artikel 534 Sv Pro. De totale vergoeding van €19.053,25 wordt toegekend en de beschikking wordt onverwijld betekend aan de verzoekster. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 januari 2022.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt toegewezen voor een totaalbedrag van €19.053,25.