ECLI:NL:GHAMS:2022:400
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toewijzing huurrecht echtelijke woning bij echtscheiding
De man en vrouw zijn gehuwd en hebben een echtscheidingsprocedure doorlopen waarbij de vrouw het huurrecht van de echtelijke woning kreeg toegewezen. De man kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en verzocht tevens om schorsing van de werking ervan.
Het hof bevestigde de rechtsmacht van de Nederlandse rechter en het toepasselijke Nederlandse recht. De echtscheiding werd bekrachtigd omdat het huwelijk duurzaam ontwricht was. De kern van het geschil betrof het huurrecht van de woning, waarbij de man stelde dat hij meer belang had vanwege zijn afhankelijkheid van de woning en financiële situatie, terwijl de vrouw stelde dat zij en haar broers in de woning verbleven en zij het grootste deel van het inkomen leverde.
Na belangenafweging oordeelde het hof dat het belang van de man zwaarder woog, mede omdat de vrouw en haar broers een betere uitgangspositie op de woningmarkt hebben en de man met zijn inkomen de huur kan dragen. Het hof vernietigde het besluit over het huurrecht en kende dit toe aan de man met ingang van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Het verzoek tot schorsing werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het huurrecht van de echtelijke woning wordt toegewezen aan de man, de echtscheiding wordt bekrachtigd en het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.