ECLI:NL:GHAMS:2022:42
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning van schadevergoeding na sepot wegens oud feit in strafzaak
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vergoeding van schade en kosten voortvloeiend uit een strafzaak die werd geseponeerd wegens een oud feit. De strafzaak eindigde zonder strafoplegging of maatregel, en zonder toepassing van artikel 9a Sr.
De rechtbank had de vergoeding afgewezen omdat appellant zonder geldig vervoersbewijs reisde terwijl hem een inreisverbod was opgelegd, waardoor hij zijn aanhouding zelf zou hebben veroorzaakt. De advocaat-generaal en het hof oordeelden echter dat in de specifieke omstandigheden van de zaak gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen.
Het hof wees een vergoeding toe van €210 voor de geleden schade door de verzekering, en €830 voor kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, waarbij het hof de vergoeding toekende op grond van artikel 533 Sv Pro en 530 Sv.
Uitkomst: Het hof kent appellant een schadevergoeding en kosten rechtsbijstand toe na sepot wegens oud feit.