De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor de diefstal van een vrachtauto met kraan, een planmatige en geraffineerde diefstal gericht op het verkrijgen van geldelijk gewin. De rechtbank legde een taakstraf van 200 uren op, te vervangen door 100 dagen hechtenis.
In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring en het vonnis, behalve ten aanzien van de duur van de taakstraf. Het hof overweegt dat de diefstal aanzienlijke schade en overlast veroorzaakte voor de eigenaar, een bedrijf dat de kraan voor werkzaamheden gebruikte. Hoewel een vrijheidsbenemende straf passend zou zijn, acht het hof gezien de lange duur sinds het feit en het ontbreken van recidive een taakstraf passend.
Het hof constateert echter een overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar in hoger beroep, waardoor de totale procedure meer dan zes jaar duurde. Op grond hiervan matigt het hof de taakstraf tot 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis. Tevens wordt rekening gehouden met voorarrest in mindering op de taakstraf.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en is uitgesproken op 16 februari 2022.