ECLI:NL:GHAMS:2022:444

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 januari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
23-002512-21
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven

In deze strafzaak is het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, heeft geen schriftelijke grieven ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Tevens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.

Het gerechtshof Amsterdam heeft daarom de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat het hof het hoger beroep niet inhoudelijk zal behandelen.

De beslissing is genomen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof, waarbij mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen als rechter heeft gewezen. De griffier was J.L. Sterkenburg.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-310867-20
parketnummer hoger beroep : 23-002512-21
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 april 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats]
adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in bijzijn van J.L. Sterkenburg, griffier.
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen