ECLI:NL:GHAMS:2022:444
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak is het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats, heeft geen schriftelijke grieven ingediend noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Tevens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat een onderzoek van de zaak zou rechtvaardigen.
Het gerechtshof Amsterdam heeft daarom de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit betekent dat het hof het hoger beroep niet inhoudelijk zal behandelen.
De beslissing is genomen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof, waarbij mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen als rechter heeft gewezen. De griffier was J.L. Sterkenburg.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven.