ECLI:NL:GHAMS:2022:445

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 februari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
23-002157-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte na intrekking hoger beroep

In deze zaak heeft de verdachte het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter ingetrokken. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren tegen het vonnis geacht te zijn ingetrokken. Het gerechtshof heeft vervolgens vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij nader onderzoek van de zaak.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering is de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het vonnis van de politierechter in stand blijft.

De beslissing is genomen door het enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en het arrest is gewezen op 26 januari 2022. De griffier was J.L. Sterkenburg en de rechter die het vonnis heeft gewezen is I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep na intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-172758-21 en 13-137920-21
parketnummer hoger beroep : 23-002157-21
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 26 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 juli 2021 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats]
adres: [adres].

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 24 januari 2022 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in bijzijn van J.L. Sterkenburg, griffier.
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen