ECLI:NL:GHAMS:2022:46

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
11 januari 2022
Zaaknummer
000803-21 (530 Sv)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 SvArt. 9a SrArt. 530 SvArt. 534 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand in rekestenprocedure na afwijzing beklag

De verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering om vergoeding van kosten rechtsbijstand toe te kennen. Dit betrof kosten gemaakt in verband met een beklagzaak en de onderhavige verzoekschriftprocedure.

De beklagzaak was eerder afgewezen door het hof, waarbij geen straf of maatregel werd opgelegd en geen toepassing werd gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het verzoekschrift werd tijdig ingediend en het openbaar ministerie heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt.

Het hof heeft in de raadkamer op 14 december 2021 het verzoek behandeld, waarbij de verzoeker en zijn advocaat niet aanwezig waren. Gezien de omstandigheden en op grond van billijkheid heeft het hof besloten de vergoeding van de kosten rechtsbijstand toe te kennen, zijnde een totaalbedrag van € 2.377,04.

De beschikking is op 11 januari 2022 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam en de tenuitvoerlegging is bevolen door overmaking van het bedrag op de rekening van de advocaat van de verzoeker.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding toe van € 2.377,04 voor kosten rechtsbijstand in de beklag- en verzoekschriftprocedure.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer: 000803-21 (530 Sv)
Rekestnummer 12 Sv: K20/230350
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats],
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. E.A.M. Mannheims,
Keizersgracht 332, 1016 EZ Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 1 september 2021 ingekomen.
Op 22 september 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het openbaar ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld rekestnummer en heeft op 14 december 2021 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. De verzoeker en zijn advocaat zijn niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de beklagzaak met voormeld rekestnummer ten bedrage van € 2.037,04;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij beschikking van dit hof van 1 juli 2021 is het beklag ex artikel 12 Sv Pro, waarin de verzoeker beklaagde was, afgewezen. De zaak is daarmee geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ad a
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de beklagzaak tot een bedrag van € 2.037,04.
Ad b
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 340,00.

4.Beslissing

Het hof:
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan de verzoeker een vergoeding toe van € 2.377,04 (tweeduizend driehonderdzevenenzeventig euro en vier cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan de verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. F.A. Hartsuiker, J.J.I. de Jong en V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 11 januari 2022.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 2.377,04 (tweeduizend driehonderdzevenenzeventig euro en vier cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. de Roos & Pen Advocaten o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 11 januari 2022,
mr. F.A. Hartsuiker, voorzitter