Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
BESLISSING
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
1 februari 2022.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 1 februari 2022 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 17 december 2019. De verdachte had het hoger beroep ingesteld tegen twee samen gevoegde strafzaken.
Tijdens de zitting heeft de advocaat van de verdachte per e-mail laten weten dat de verdachte het hoger beroep wenst in te trekken. Het hof heeft geoordeeld dat intrekking van het hoger beroep niet mogelijk is nadat de behandeling van het hoger beroep is aangevangen. Daarom heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, omdat hij geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij verdere behandeling.
Het hof baseerde zijn beslissing op artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij de voorzitter en oudste raadsheer niet konden tekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van de behandeling.