ECLI:NL:GHAMS:2022:858
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot teruggave van inbeslaggenomen geld na onherroepelijke veroordeling
Klager diende een klaagschrift in tegen het conservatoir beslag op een geldbedrag van €5.000, gelegd in het kader van een strafzaak waarin hij was veroordeeld voor een overtreding van de Opiumwet. De veroordeling tot twee maanden gevangenisstraf werd onherroepelijk nadat het cassatieberoep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De advocaat van klager betoogde dat het beslag geen grond meer had omdat klager rechtmatig eigenaar was van het geld en het niet afkomstig was van een misdrijf. Het openbaar ministerie stelde zich op het standpunt dat het belang van de strafvordering zich niet verzet tegen teruggave.
Het hof oordeelde dat het beslag opgeheven kan worden omdat het belang van de strafvordering het beslag niet langer rechtvaardigt en er geen aanwijzingen zijn dat een ander als rechthebbende kan worden beschouwd. Daarom werd de teruggave van het geld aan klager gelast.
Uitkomst: Het gerechtshof gelast de teruggave van €5.000 aan klager omdat het beslag niet langer gerechtvaardigd is.