ECLI:NL:GHAMS:2022:863
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding voor onterechte verzekering en proceskosten in strafzaak
De verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd.
De verzoeker was op 8 juni 2019 in verzekering gesteld en de volgende dag vrijgelaten. Het hof oordeelde dat er gronden van billijkheid zijn om een vergoeding toe te kennen van €260 voor de ondergane verzekering en €340 voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure.
Volgens artikel 534 Sv Pro moet de toegekende schadevergoeding worden verrekend met openstaande geldsommen die de verzoeker aan de staat verschuldigd is. Het hof heeft daarom de vergoeding verrekend met openstaande bedragen bij het CJIB.
De beschikking is uitgesproken door de enkelvoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 maart 2022, waarbij de voorzitter mr. E. van Die het vonnis heeft ondertekend.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €600 toegekend, verrekend met openstaande schulden bij het CJIB.