ECLI:NL:GHAMS:2022:869
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring klaagschrift en teruggave beslag bromfiets en geldbedrag
Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag op een bromfiets en een geldbedrag van €1.211,35, gelegd in het kader van een strafzaak waarin hij verdacht werd van een overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994. In eerste aanleg werd klager vrijgesproken door de politierechter, waarna het Openbaar Ministerie beroep instelde.
De raadsman van klager verzocht om teruggave van de inbeslaggenomen goederen, stellende dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die het beslag rechtvaardigen en dat er ook geen aanwijzingen zijn dat het geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf. De advocaat-generaal onderschreef dit standpunt.
Het hof oordeelde dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet meer vordert en dat er geen andere rechthebbende is. Daarom verklaarde het hof het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de bromfiets en het geldbedrag aan klager.
Uitkomst: Het hof verklaart het klaagschrift gegrond en gelast teruggave van de bromfiets en het geldbedrag aan klager.