Uitspraak
zaak A:
1.hij op of omstreeks 9 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, door met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een automatisch vuurwapen meerdere, althans een kogel(s) (op betrekkelijk korte afstand) op en/of in de richting van die [benadeelde] te vuren en/of schieten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten de aankoop en/of handel in harddrugs, en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
2.hij op of omstreeks 9 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad;
3.hij op of omstreeks 9 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 496 gram heroïne, in ieder geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.hij in of omstreeks de periode 9 augustus 2020 tot en met 26 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, een geldbedrag, te weten (in totaal) ongeveer 25.000 euro heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, althans van voornoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk (mede) afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf;
zaak B:
1.hij op of omstreeks 9 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal met een automatisch vuurwapen meerdere, althans een kogel(s) heeft afgevuurd en/of geschoten in een woning, grenzende aan de woning van die [slachtoffer 1] , beide gelegen in een appartementencomplex, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.2.hij op of omstreeks 9 augustus 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een blok (496 gram) heroïne, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
zaak E:
zaak F:
zaak A:
1.
2.hij op 9 augustus 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad;
5.hij in de periode 9 augustus 2020 tot en met 26 augustus 2020 te Amsterdam, een geldbedrag voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf;
zaak B:
2.hij op 9 augustus 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde] te dwingen tot de afgifte van een blok, 496 gram, heroïne, toebehorende aan [benadeelde] ,
zaak E:
zaak F:
voorwaardelijkezin wordt aanbevolen. JBRA is van mening dat het op dit moment niet meer passend is om de verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen, gezien de positieve ontwikkeling die de afgelopen maanden bij de verdachte is waargenomen. De verdachte is op eigen initiatief gaan meewerken aan behandeling binnen Teylingereind, heeft een motiverende rol richting groepsgenoten en gaat intern naar school om zijn [examens] te halen. Hij is zijn aandeel gaan erkennen in hetgeen waarvan hij verdacht wordt, ziet in dat en waarvoor hij hulp nodig heeft, staat open voor die hulp en zegt ook niet meer zonder die hulp te kunnen. De groepsleiding en zijn therapeut zijn dan ook van mening dat de verdachte een gedragsomslag heeft doorgemaakt. Indien de verdachte een voorwaardelijke PIJ-maatregel wordt opgelegd, kan hij worden geplaatst bij Unite Multizorg (UMZ) en kan hij een behandeling volgen bij De Waag, te weten de module Top Zorg. Volgens JBRA is de verdachte hiervoor zeer gemotiveerd en ziet hij in dat een behandeling en een woonplek waar hij vierentwintig uur per dag wordt begeleid noodzakelijk voor hem zijn. Voorts kan hij binnen het kader van een eventuele voorwaardelijke PIJ-maatregel, het [examens] waarvoor hij reeds in ingeschreven, afronden in Teylingereind.
verbeurd verklaard:
onttrokken aan het verkeer:
teruggegeven aan de verdachte:
21 (eenentwintig) maanden.
inrichting voor jeugdigen.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dat noodzakelijk acht daaronder begrepen, of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel na te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 6.064,74, (zesduizend vierenzestig euro en vierenzeventig cent) bestaande uit € 64,74 (vierenzestig euro en vierenzeventig cent) materiële schade en € 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€21,27 (eenentwintig euro en zevenentwintig cent).