In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd met uitzondering van de strafoplegging, die het hof heeft gewijzigd. De verdachte werd veroordeeld voor diefstal van een lokportemonnee van de politie, het voorhanden hebben van een valse Portugese identiteitskaart en opzetheling van een mobiele telefoon.
Het hof overwoog dat de diefstal van een lokportemonnee, hoewel bedoeld als lokmiddel, gewoonlijk financiële schade en administratieve overlast veroorzaakt. Het bezit van een vervalste identiteitskaart ondermijnt het vertrouwen in identiteitsdocumenten in het maatschappelijk verkeer. De opzetheling van een mobiele telefoon bevordert vermogensdelicten doordat het afzetmogelijkheden creëert voor gestolen goederen.
De verdachte heeft eerder onherroepelijk veroordelingen wegens vermogensdelicten. Ondanks betuigde spijt oordeelde het hof dat deze onvoldoende oprecht was en dat de verdachte een hoog recidiverisico heeft vanwege zijn onzekere verblijfsstatus en gebrek aan middelen van bestaan. Daarom legde het hof een hogere straf op dan de politierechter, waarbij een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk is opgelegd als stok achter de deur.
De straf bestaat uit vijf maanden gevangenisstraf waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. Het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven zodra de duur van de hechtenis gelijk is aan de strafuitvoering. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 mei 2023.