Uitspraak
Onderzoek van de zaak
18 april 2023 en 12 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Den Haag op 12 mei 2023 het vonnis van de rechtbank Den Haag van 23 december 2020 bevestigd. De verdachte, geboren in 1986 en zonder bekende woon- of verblijfplaats, had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.
Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gehouden op 18 april 2023 en 12 mei 2023. Zowel de vordering van de advocaat-generaal als de pleitnota van de raadsvrouw zijn door het hof in overweging genomen.
Na zorgvuldige bestudering van het dossier en de pleidooien heeft het hof zich verenigd met het vonnis waarvan beroep en dit bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Den Haag, zittende te Amsterdam.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank Den Haag uit december 2020.