ECLI:NL:GHAMS:2023:1087
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige na beoordeling gezinsituatie
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de kinderrechter die de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind heeft toegewezen. De minderjarige staat sinds 2020 onder toezicht van een gecertificeerde instelling (GI) en is meerdere keren uit huis geplaatst vanwege zorgen over de opvoedingssituatie.
De moeder betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en verzoekt om afwijzing van de verlenging en schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking. Zij stelt dat zij nooit een onveilige thuissituatie heeft gecreëerd en dat de uithuisplaatsing juist risico's voor de minderjarige met zich meebrengt. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren de verlenging te bekrachtigen vanwege het ontbreken van vooruitgang en de noodzaak van intensieve hulpverlening.
Het hof overweegt dat ondanks de competenties van de ouders er sprake is van een problematisch patroon in de zorg en opvoeding, met onvoldoende gezamenlijke verantwoordelijkheid en onduidelijkheid voor de minderjarige. Het hof acht nader onderzoek en gezinsopname noodzakelijk alvorens terugplaatsing verantwoord is. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen omdat het belang van de minderjarige prevaleert.
De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het verzoek tot schorsing afgewezen.