ECLI:NL:GHAMS:2023:1183

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
24 mei 2023
Zaaknummer
23-000748-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs witwassen ondanks mogelijke identiteitsfraude

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte werd ervan beschuldigd een geldbedrag van circa 2.000 euro te hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen of gebruikt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit afkomstig was uit een misdrijf.

Na onderzoek en de behandeling van het hoger beroep oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het tenlastegelegde. Hoewel niet uitgesloten kon worden dat er sprake was van identiteitsfraude en misbruik van de gegevens van de verdachte, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de strafbare feiten had gepleegd.

De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend van 6.000 euro, waarvan in eerste aanleg 2.000 euro was toegewezen. In hoger beroep werd de verdachte vrijgesproken, waardoor de vordering niet ontvankelijk werd verklaard. Het hof bepaalde dat beide partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 mei 2023.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000748-22
datum uitspraak: 23 mei 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-107088-21 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1997,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 10 april 2020 te Heemstede en/of Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag (van in totaal ongeveer EUR 2.000,00), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten een geldbedrag (van in totaal ongeveer EUR 2.000,00) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem tenlastegelegde, zodat hij moet worden vrijgesproken. Niet uitgesloten kan worden dat sprake is geweest van identiteitsfraude en er misbruik is gemaakt van de gegevens van de verdachte. Onder deze omstandigheden kan niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de tenlastegelegde gedragingen heeft begaan.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij01] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. R.P. den Otter, en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 mei 2023.