ECLI:NL:GHAMS:2023:1183
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs witwassen ondanks mogelijke identiteitsfraude
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte werd ervan beschuldigd een geldbedrag van circa 2.000 euro te hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen of gebruikt, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit afkomstig was uit een misdrijf.
Na onderzoek en de behandeling van het hoger beroep oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het tenlastegelegde. Hoewel niet uitgesloten kon worden dat er sprake was van identiteitsfraude en misbruik van de gegevens van de verdachte, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte de strafbare feiten had gepleegd.
De benadeelde partij had een vordering tot schadevergoeding ingediend van 6.000 euro, waarvan in eerste aanleg 2.000 euro was toegewezen. In hoger beroep werd de verdachte vrijgesproken, waardoor de vordering niet ontvankelijk werd verklaard. Het hof bepaalde dat beide partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 mei 2023.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs.