De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bewerken van ongeveer 3495 gram hennep in een pand te Heerhugowaard. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en verklaarde bewezen dat de verdachte op 17 maart 2020 hennep bewerkte. Het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
De strafbaarheid van het bewezenverklaarde werd bevestigd, waarbij sprake was van medeplegen in strijd met de Opiumwet. De verdachte werd eerder onherroepelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit, wat strafverzwarend werd meegewogen. Het hof legde een taakstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand op met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van een week, omdat de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit had gepleegd. Verzoeken om omzetting van deze gevangenisstraf in een taakstraf werden afgewezen. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 januari 2023.