ECLI:NL:GHAMS:2023:1276

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 mei 2023
Publicatiedatum
1 juni 2023
Zaaknummer
23-000526-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 lid 2 SvArt. 75 lid 6 SvArt. 72 lid 3 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis en opheffing voorlopige hechtenis in hoger beroep strafzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 31 mei 2023 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2023. De verdachte, geboren in 1991 en thans gedetineerd, had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting van 17 mei 2023 betrokken en kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met een technische aanpassing waarbij een bewijsmiddel werd vervangen door het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 3 oktober 2022. Tevens heeft het hof bepaald dat het bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven zodra de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan de duur van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit drie rechters, en is uitgesproken in een openbare terechtzitting. Hiermee is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft het oorspronkelijke vonnis in stand.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op zodra de duur van de voorlopige hechtenis gelijk is aan de opgelegde gevangenisstraf.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000526-23
datum uitspraak: 31 mei 2023
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 8 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-195205-22 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1991,
thans gedetineerd in [detentieadres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 mei 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof bewijsmiddel 2 vervangt door het proces-verbaal van verhoor van verdachte, met nummer PL1300-2022160847-32 van 3 oktober 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant01] en [verbalisant02] (Einddossier, doorgenummerde pag. A21-A25), dat na het eventueel instellen van beroep in cassatie wordt uitgewerkt in de op te maken aanvulling op dit arrest. Daarnaast zal het hof – ingevolge het bepaalde in artikel 75, zesde lid, jo. artikel 72, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering – bepalen dat het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte wordt opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de ondergane voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de tenuitvoerlegging van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van
S. Maerman en mr. C.H. Sillen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 mei 2023.
=========================================================================
[…]