Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
[A] ,
mr. J.P. de Man, kantoorhoudende te Rosmalen,
mr. J.H. Ligtenberg, kantoorhoudende te Bodegraven,
[D],
mr. J.H. Ligtenberg, kantoorhoudende te Bodegraven.
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam behandelde op 8 juni 2023 het verzoek van [A] tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Ellips Systemen B.V. vanaf de oprichting. Het verzoek richtte zich onder meer op de aandelenverdeling bij oprichting, het beleid van bestuurder [D] vanaf 2016 en het te laat deponeren van jaarrekeningen.
De Ondernemingskamer oordeelde dat [A] niet-ontvankelijk is voor zover het verzoek betrekking heeft op andere vennootschappen dan Ellips, omdat niet voldaan is aan de vereiste bezwarenbrief volgens artikel 2:349 BW Pro. Daarnaast leverden de aangevoerde gronden geen gegronde redenen op om te twijfelen aan het beleid en de gang van zaken van Ellips.
De akte van oprichting toonde aan dat de aandelenverdeling tussen [A] en [D] dwingend bewijs vormt van instemming door [A]. Het beleid van [D] sinds 2016 werd niet verweten, aangezien de beveiligingsactiviteiten onrechtmatig waren overgeheveld door [A] en daarna niet meer binnen Ellips werden voortgezet. Hoewel enkele jaarrekeningen te laat werden gedeponeerd, was dit onvoldoende om twijfel aan het beleid te rechtvaardigen.
De Ondernemingskamer wees het verzoek af en veroordeelde [A] in de proceskosten ten gunste van Ellips en [D].
Uitkomst: Het verzoek tot enquêteonderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Ellips Systemen B.V. wordt afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.