ECLI:NL:GHAMS:2023:1508
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats bij vader, beëindiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling moeder-minderjarige
De zaak betreft een geschil over de hoofdverblijfplaats, het gezag en de omgangsregeling van een minderjarige, geboren in 2017 uit een verbroken relatie van de ouders. De minderjarige heeft sinds 2018 onder toezicht gestaan van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege zorgen over zijn welzijn en de gespannen relatie tussen de ouders.
Na een spoedmachtiging in 2021 is de minderjarige uit huis geplaatst bij de vader, waar hij een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De moeder betwist de geschiktheid van de vader en de onafhankelijkheid van het NIFP-rapport, maar het hof stelt vast dat de moeder haar aandeel in de problematiek niet erkent en dat er ernstige zorgen waren over haar thuissituatie.
Het hof bevestigt dat het belang van de minderjarige vraagt om zijn hoofdverblijfplaats bij de vader en dat het gezamenlijk gezag vanwege het onaanvaardbare risico van klem komen te zitten tussen de ouders moet worden beëindigd. De omgangsregeling wordt gewijzigd in een begeleide omgang bij Konfia. De verzoeken van de moeder tot wijziging worden afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft, het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en een begeleide omgangsregeling met de moeder wordt vastgesteld.