In deze zaak staat de omgangsregeling tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen centraal, waarbij het hof het verzoek van beide ouders beoordeelt om de omgangsregeling aan te passen. De moeder verzoekt om omgang tussen de vader en het jongste kind onder begeleiding van hulpverlening, terwijl de vader een uitbreiding van de omgang met het jongste kind en een weekendregeling met het oudste kind wenst.
Het hof heeft de Raad voor de Kinderbescherming gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijkheden en belemmeringen van contactherstel en zorgregeling. Uit het raadsrapport blijkt dat de kinderen door diverse ingrijpende gebeurtenissen, waaronder de scheiding, ziekte van de moeder en schoolwisselingen, psychische problemen ervaren. Het contact tussen de vader en het oudste kind is sinds jaren verstoord, terwijl het contact met het jongste kind begeleid en beperkt plaatsvindt.
Gezien de zorgelijke situatie en het advies van de raad acht het hof het noodzakelijk dat ouders en kinderen hulpverlening volgen, waaronder het traject Ouderschap Blijft, om communicatie en samenwerking te verbeteren. De behandeling wordt daarom voor negen maanden aangehouden. De omgang met het jongste kind blijft voorlopig begeleid en beperkt tot vrijdagmiddagen, waarbij uitbreiding van omgang met overnachting wordt afgewezen vanwege de huidige omstandigheden.
Het hof benadrukt het belang van het voortzetten en starten van hulpverlening voor de kinderen en het verbeteren van de ouderrelatie, zodat op termijn een passende zorgregeling kan worden vastgesteld die het belang van de kinderen dient.