ECLI:NL:GHAMS:2023:1569

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 maart 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
23-002947-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking

De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 2 maart 2023 heeft het hof kennisgenomen van de intrekking van het hoger beroep door de verdachte, zoals vastgelegd in de akte van 1 maart 2023.

De advocaat-generaal had verzocht tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof oordeelde dat de intrekking van het hoger beroep betekent dat de verdachte geacht moet worden de eerder opgegeven bezwaren in te trekken.

Verder was niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang bij voortzetting van het hoger beroep. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 maart 2023.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002947-22
datum uitspraak: 2 maart 2023
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 oktober 2022 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-106205-22, 15-106202-22 en 15-216205-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
adres: [adres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
2 maart 2023.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 1 maart 2023 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. D. Radder en mr. M. Koek, in tegenwoordigheid van mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 maart 2023.