Op 20 juni 2021 werd verdachte samen met een medeverdachte aangehouden na een controle van een voertuig waarin zij zaten. Tijdens deze controle werden witte puinzakken met vermoedelijk metalen en koperwaren aangetroffen. Het hof oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was en dat de verdachte samen met een ander 676,1 kilogram metalen en koperwaren van een bedrijventerrein te Tubbergen had weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De politierechter sprak verdachte vrij, maar het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde het ten laste gelegde bewezen. De verdachte werd vrijgesproken van de ten laste gelegde braak en verbreking wegens onvoldoende bewijs. Het hof achtte de diefstal strafbaar en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 60 dagen, rekening houdend met eerdere veroordelingen en de ernst van het feit.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €30.000,- gevorderd, maar het hof verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing. Beide partijen dragen hun eigen kosten. Het arrest werd uitgesproken op 20 juli 2023 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.