ECLI:NL:GHAMS:2023:1772
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging TBS-maatregel met dwangverpleging na doodslag onder epileptisch insult
De verdachte werd verdacht van doodslag op een hulpverlener die hij meermalen met een hard voorwerp tegen het hoofd sloeg, wat leidde tot het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank sprak de verdachte vrij van straf wegens ontoerekeningsvatbaarheid, maar legde hem de TBS-maatregel met dwangverpleging op.
In hoger beroep werd de motivering van de TBS-maatregel aangepast, maar het hof bevestigde het vonnis. De verdediging stelde dat de TBS-maatregel niet passend was omdat de verdachte een neurologische behandeling voor zijn epilepsie nodig heeft die binnen de TBS niet adequaat kan worden geboden. Ook werd betoogd dat het recidiverisico niet aanwezig was.
Het hof oordeelde dat de verdachte ten tijde van het feit leed aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van temporaalkwab epilepsie met post-ictale verwardheid, wat het gedrag verklaart. Er is een reëel gevaar op herhaling van agressief gedrag gekoppeld aan epileptische insulten. Het hof achtte de TBS-maatregel met dwangverpleging noodzakelijk ter bescherming van de samenleving en benadrukte het belang van neurologische expertise binnen de behandeling.
De TBS-maatregel werd als zwaar erkend, maar gerechtvaardigd geacht gezien het gevaar voor de veiligheid van anderen. Het hof wees ook op de mogelijkheid van maatwerk en verlenging van de maatregel na twee jaar. De uitspraak werd op 20 juli 2023 door het gerechtshof Amsterdam gewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging wegens doodslag, maar krijgt TBS-maatregel met dwangverpleging opgelegd vanwege reëel recidivegevaar door epileptische insulten.