ECLI:NL:GHAMS:2023:1816
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling en vaststelling belregeling tussen vader en minderjarige
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen en de omgangsregeling tussen de vader en een van de minderjarigen. De moeder verzocht om beëindiging van de ondertoezichtstelling en afwijzing van de omgangsregeling, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de vader de verlenging en omgang wilden handhaven.
De feiten betreffen twee minderjarigen uit een ontbonden huwelijk, waarvan één zwaar lichamelijk en verstandelijk beperkt is. De kinderen stonden sinds september 2021 onder toezicht van de GI. De moeder betwistte de ernst van de ontwikkelingsbedreiging en vond de ondertoezichtstelling en omgangsregeling niet in het belang van de kinderen. De GI stelde dat de hulpverlening stagneerde door de weerstand van de moeder. De vader benadrukte het belang van omgang en stelde dat de moeder omgang tegenwerkt.
Het hof oordeelde dat ondanks de ernstige ontwikkelingsbedreiging de ondertoezichtstelling geen toegevoegde waarde meer heeft en een averechts effect sorteert. De moeder kan met hulpverleners zelf de zorg dragen. De omgangsregeling met fysieke contacten werd vernietigd vanwege de angsten en trauma’s van de minderjarige, maar het tweewekelijkse bellen werd vastgelegd. Het hof wees het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af en bekrachtigde de overige beslissingen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af en stelt een aangepaste tweewekelijkse belregeling vast tussen vader en minderjarige.