Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
.[minderjarige 1] verblijft sinds mei 2015 in het huidige pleeggezin.
Gerechtshof Amsterdam
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling met haar twee kinderen afwees. De kinderen verblijven sinds enkele jaren in een pleeggezin en de moeder heeft geen gezag meer over hen. De omgang vindt momenteel begeleid plaats eens per zes weken gedurende anderhalf uur.
De moeder wenst een opbouwende uitbreiding van de omgangsregeling, met uiteindelijk onbegeleide omgang en meer frequentie, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming het belang van de kinderen voorop stellen en de huidige regeling passend achten. De kinderen hebben een belast verleden en kwetsbare problematiek.
Het hof oordeelt dat de moeder weliswaar belangrijk is voor de kinderen, maar dat uitbreiding van de omgang op dit moment niet in hun belang is. De moeder slaagt er onvoldoende in om kwalitatief goed contact te onderhouden en te verdiepen in de hulpvraag van de kinderen. Begeleiding door Parlan heeft nog niet het gewenste effect. Het beroep van de moeder op internationale kinderrechten wordt verworpen omdat de belangen van de kinderen zwaarder wegen.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot uitbreiding af, waarbij het belang van rust, structuur en voorspelbaarheid voor de kinderen centraal staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder tot uitbreiding van de omgangsregeling af.