Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
(…)
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn ouders van een minderjarige geboren in 2013. Na beëindiging van het gezamenlijk gezag en langdurige ondertoezichtstelling is omgang tussen vader en kind ontzegd vanwege agressief gedrag van de vader en het niet naleven van voorwaarden zoals het volgen van een emotieregulatietraject.
De vader verzocht om vaststelling van een omgangsregeling, waaronder begeleide omgang en een vakantieregeling. De rechtbank wees dit af en het hof bekrachtigde deze beslissing. De vader betwistte de beschuldigingen van agressie en stelde dat hij een traject bij Inforsa had afgerond, maar kon dit niet aantonen.
De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat het contact niet veilig is voor het kind en dat de vader onvoldoende aan voorwaarden voldoet. Het hof oordeelde dat omgang onder de huidige omstandigheden in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind, mede vanwege de emotionele ontregeling van de vader en de invloed van de moeder op het kind.
Het hof adviseerde de moeder een kindbehartiger in te schakelen om het contact mogelijk te ondersteunen. De beschikking van 13 september 2018, waarin omgang werd ontzegd onder voorwaarden, blijft van kracht.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af en bekrachtigt de eerdere beschikking waarin omgang is ontzegd.