ECLI:NL:GHAMS:2023:2032
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking kinderalimentatie en intrekking verzoek gezag met proceskostenveroordeling
De ouders hebben hun relatie in 2021 beëindigd en oefenen gezamenlijk gezag uit over hun minderjarige kind, geboren in 2016 in Spanje. Beiden hebben verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag en eenhoofdig gezag, maar de rechtbank heeft hier nog niet op beslist en de raad verzocht onderzoek te doen.
De vader kwam in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot kinderalimentatie en het verzoek om tijdelijk eenhoofdig gezag. De moeder verzocht de beschikking te bekrachtigen en de vader in de proceskosten te veroordelen. Het hof oordeelt dat de vader onvoldoende heeft gesteld en bewezen dat er een bindende overeenkomst over kinderalimentatie bestaat, mede omdat het ouderschapsplan niet door beide partijen is ondertekend.
Het subsidiaire verzoek om kinderalimentatie volgens wettelijke maatstaven wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en stelplicht. Het verzoek tot gezagswijziging is ingetrokken door de vader kort voor de zitting, wat het hof kwalificeert als nodeloos proceskosten veroorzakend.
Daarom bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en veroordeelt de vader in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op € 2.571,-, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking, wijst het verzoek tot kinderalimentatie af en veroordeelt de vader in de proceskosten.