ECLI:NL:GHAMS:2023:2034
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen inzake vervangende toestemming basisschoolkeuze minderjarige
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de schoolkeuze van hun minderjarige dochter. De man, appellant, wenst dat de dochter wordt ingeschreven op basisschool 1 in zijn woonplaats, terwijl de vrouw, geïntimeerde, de inschrijving op basisschool 2 in haar woonplaats wil voortzetten. De voorzieningenrechter had eerder de vordering van de vrouw toegewezen en de vordering van de man afgewezen.
Het hof stelt vast dat er geen definitieve overeenkomst tussen partijen bestaat over de schoolkeuze, mede omdat de man tijdig een inschrijfformulier voor basisschool 2 medeondertekende en later de vrouw informeerde over basisschool 1. De beoordeling richt zich op het gezamenlijk gezag en het belang van het kind.
Het belang van de minderjarige, die sinds haar vierde verjaardag basisschool 2 bezoekt en het daar goed doet, weegt zwaar. Ook praktische aspecten zoals woonplaats, familiebanden en reistijd spelen een rol. Hoewel de man meer reistijd heeft, is er voldoende ruimte om dit haal- en brengschema te realiseren. De vrouw zou bij inschrijving op basisschool 1 meer reistijd hebben, wat haar werk belemmert.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep van de man af. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het hof benadrukt het belang van goede communicatie tussen ouders in het belang van het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep van de man af.