ECLI:NL:GHAMS:2023:206
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkrachtvergelijking na wijziging zorgregeling
Partijen hadden een relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. Na beëindiging van de relatie ontstond een geschil over de zorgregeling en kinderalimentatie. De rechtbank had in maart 2022 een beschikking gegeven over de kinderalimentatie, die de man en vrouw in hoger beroep aanvochten.
Het hof overweegt dat de ingangsdatum van de alimentatie moet liggen op 18 mei 2021, omdat de man toen door de vrouw om inkomensgegevens werd gevraagd en hij sindsdien rekening had kunnen houden met een hogere betalingsverplichting. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op basis van haar werkelijke inkomen, rekening houdend met een vermindering van haar arbeidsduur naar 50% vanwege zorgverplichtingen en gezondheidsproblemen.
De gezamenlijke draagkracht van partijen overschrijdt de behoefte van de kinderen, waardoor een draagkrachtvergelijking wordt toegepast. De man heeft recht op een zorgkorting van 15% tot 1 juni 2022 en 35% vanaf die datum, omdat hij vanaf juni 2022 de volledige zorg voor de kinderen heeft. De alimentatiebedragen worden per periode vastgesteld en aangepast met de zorgkorting.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt de alimentatiebedragen per kind per maand: €208 van 18 mei tot 1 oktober 2021, €250 van 1 oktober 2021 tot 1 januari 2022, €278 van 1 januari tot 1 juni 2022 en €164 vanaf 1 juni 2022. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast met terugwerkende kracht vanaf 18 mei 2021, rekening houdend met draagkracht en zorgkorting, en wijzigt de eerdere beschikking.