Uitspraak
mr. C.A.F. Visserte Wormerveer, gemeente Zaanstad,
mr. A. Vogelaarte Wormerveer, gemeente Zaanstad.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, voormalige samenwoners, hadden een affectieve relatie en woonden van februari 2018 tot mei 2021 samen. De vrouw verrichtte werkzaamheden voor de onderneming van de man en betaalde diverse kosten ten behoeve van zijn bloemenstal. Zij vorderde terugbetaling van €17.054,15, stellende dat dit geleend geld was.
De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing van een lening en passeerde het beroep op ongerechtvaardigde verrijking. In hoger beroep stelde de vrouw dat zij kapitaal had verstrekt en dat de man geen recht had op het vermogen van de onderneming. De man betwistte het bestaan van een lening en stelde dat betalingen geen lening maar bijdragen waren.
Het hof oordeelde dat ondanks de financiële bijdragen van de vrouw, er geen uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst over terugbetaling was. Ook het beroep op ongerechtvaardigde verrijking en redelijkheid en billijkheid faalde wegens onvoldoende feiten en omstandigheden. De kosten werden gecompenseerd en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de vrouw tot terugbetaling van €17.054,15 af wegens onvoldoende bewijs van lening of andere grondslag.