ECLI:NL:GHAMS:2023:2181
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zorgregeling, kinderalimentatie en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 2019 gehuwd en hebben een minderjarig kind. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en bepaalde een zorgregeling en alimentatieverplichtingen. De man kwam in hoger beroep tegen de zorgregeling, kinderalimentatie en partneralimentatie, verzocht onder meer om een week-op-week-af zorgregeling, verlaging van alimentaties en beperking van de duur van partneralimentatie.
Het hof overwoog dat de huidige zorgregeling passend is, mede omdat partijen nog samenwonen en de vrouw niet in staat is een hele week zorg te dragen vanwege haar werk. De man kon onvoldoende onderbouwen dat hij minder zou moeten werken. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €369 per maand, gebaseerd op draagkrachtberekeningen en een zorgkorting van 35%. De partneralimentatie van €1.535 per maand werd bekrachtigd, omdat de vrouw geen hogere verdiencapaciteit toekomt dan haar huidige salaris, mede vanwege haar beperkte werkervaring en taalachterstand.
De man verzocht ook om beperking van de duur van partneralimentatie tot twee jaar, maar dit werd afgewezen vanwege de zorg voor het minderjarige kind en de omstandigheden van de vrouw. Verzoeken tot schorsing en voorlopige maatregelen werden eveneens afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €369 per maand en bekrachtigt de zorgregeling en partneralimentatie, terwijl verzoeken tot wijziging en schorsing worden afgewezen.