ECLI:NL:GHAMS:2023:2194
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- R.M. Troost
- G.W. Brands-Bottema
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling bij verblijf kind in Turkije
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezag en de omgangsregeling van hun minderjarige kind, dat sinds 2021 met de moeder in Turkije verblijft. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en de vader het eenhoofdig gezag toegekend, met een omgangsregeling die rekening hield met het verblijf van de moeder in Nederland of Turkije.
De moeder kwam in hoger beroep tegen het eenhoofdig gezag en de omgangsregeling, stellende dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd moest blijven en dat de omgangsregeling aangepast moest worden indien zij in Turkije blijft wonen. Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is, omdat het kind ongeoorloofd in Turkije verblijft en het gezagsrecht van de vader wordt geschonden.
Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de vader vanwege de ernstige vertrouwensbreuk en het belang van het kind. De omgangsregeling wordt aangepast: indien de moeder in Turkije woont, verblijft het kind twee derde van de vakantieweken bij haar, waaronder drie aaneengesloten weken in de zomervakantie en één week in de kerstvakantie, en de rest in overleg verdeeld. Verzoeken tot kinderalimentatie en partneralimentatie van de moeder worden afgewezen. De huwelijkse voorwaarden leiden niet tot verdeling of verrekening.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de vader en stelt een aangepaste omgangsregeling vast indien de moeder in Turkije blijft wonen.