ECLI:NL:GHAMS:2023:2195
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- R.M. Troost
- G.W. Brands-Bottema
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gewone verblijfplaats minderjarige en dwangsom bij afgifte aan vader
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de gewone verblijfplaats van hun minderjarige kind en de afgifte van het kind aan de vader. De ouders zijn in 2014 getrouwd en gescheiden in 2023. De minderjarige woont sinds de zomer van 2021 met de moeder in Turkije, terwijl het gezag bij de vader ligt. De vader heeft in Nederland een procedure gestart tot afgifte van het kind en het verkrijgen van een paspoort.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de gewone verblijfplaats van het kind op het moment van het verzoek in januari 2022 nog Nederland was. De moeder houdt het kind in strijd met het gezagsrecht in Turkije. De teruggeleidingsprocedure in Turkije staat niet aan toewijzing van het verzoek in Nederland in de weg.
De moeder wordt veroordeeld tot afgifte van het kind aan de vader op straffe van een dwangsom van € 2.500 per dag met een maximum van € 50.000. De ingangsdatum van deze dwangsom wordt echter gewijzigd naar veertien dagen na betekening van de beschikking om een soepele terugkeer te faciliteren. Verzoeken om vervangende toestemming voor paspoortaanvragen worden afgewezen, en het kind hoeft niet aanwezig te zijn bij de aanvraag van reisdocumenten.
Uitkomst: De moeder is veroordeeld tot afgifte van de minderjarige aan de vader op straffe van een dwangsom met gewijzigde ingangsdatum, en verzoeken omtrent het paspoort zijn afgewezen.