Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2023:2214

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
29 september 2023
Zaaknummer
23-000282-20
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 38v SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voorwaardelijke gevangenisstraf met aanvulling strafmotivering

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 26 september 2023 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2020. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.

In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd en de strafmotivering aangevuld. De advocaat-generaal had eenzelfde straf geëist, met toevoeging van een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel, maar het hof vond dit niet noodzakelijk omdat niet was gebleken dat de verdachte na het vonnis contact had gezocht met het slachtoffer.

Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan drie jaar, maar verbond hieraan geen gevolgen vanwege de aard van de opgelegde geheel voorwaardelijke straf. De bewijsmiddelen werden aangepast in een bijlage bij het arrest. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof bevestigt de voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met proeftijd van twee jaar zonder oplegging van een contactverbod.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000282-20
datum uitspraak: 26 september 2023
VERSTEK(niet-gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-119863-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats]) op [geboortedag] 1987,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
opgegeven adres in buitenland: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 september 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof
  • de strafmotivering van de rechtbank, zoals opgenomen in paragraaf 8 van het vonnis, aanvult op na te melden wijze en
  • de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen worden vervangen door de bewijsmiddelen die (in die gevallen waarin de wet dit vereist) in een later bij dit arrest te voegen bijlage zijn vervat.

Nadere overweging omtrent de opgelegde straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte – met constatering van de overschrijding van de redelijke termijn – zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechtbank is opgelegd en dat daarbij een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr), inhoudende een contactverbod, zal worden opgelegd.
Het hof ziet geen reden om de straf die in eerste aanleg aan de verdachte is opgelegd te wijzigen.
Het hof stelt wel vast dat in hoger beroep sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, nu het hoger beroep namens de verdachte op 30 januari 2020 is ingesteld, terwijl het hof eerst thans – 3 jaar en 8 maanden later – arrest wijst. Nu aan de verdachte een geheel voorwaardelijke straf wordt opgelegd, volstaat het hof met de constatering van de overschrijding van de redelijke termijn en zal het hieraan geen rechtgevolg verbinden.
Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen reden voor het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel, inhoudende een contactverbod, nu niet is gebleken dat de verdachte na het op 22 januari 2020 gewezen vonnis nog contact heeft gezocht met het slachtoffer.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigthet vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.R.A. Meerbeek, mr. F.A. Hartsuiker en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 september 2023.
mrs. F.A. Hartsuiker en H. Sytema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]