ECLI:NL:GHAMS:2023:2419
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en afwijzing verzoek hoofdverblijfplaats en forensisch mediator
De ouders zijn sinds eind 2019 uit elkaar en oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun kind, geboren in 2018. Er bestaat onenigheid over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van het kind. De vader verzoekt het hof om de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen en een forensisch mediator te benoemen voor een ouderschapsonderzoek. De moeder verzoekt het hof de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen.
De rechtbank had eerder de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld en de zorgregeling vastgelegd. De vader stelt dat de moeder zonder zijn toestemming het kind heeft ingeschreven op haar adres en dat er zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder ontkent deze zorgen en benadrukt dat de huidige regeling duidelijk en stabiel is voor het kind.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert het hof het verzoek van de vader om een ouderschapsonderzoek af te wijzen en wijst op een lopend verzoek tot ondertoezichtstelling. Het hof oordeelt dat een ouderschapsonderzoek geen gemeenschappelijke doelstelling heeft en dat de ondertoezichtstelling passender is. Het hof bekrachtigt de zorgregeling en voegt een regeling voor de feestdagen toe. Het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats wordt afgewezen, mede omdat de moeder de inschrijving van het kind op haar adres heeft toegelicht en de vader onvoldoende redenen heeft gegeven om de hoofdverblijfplaats te wijzigen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bekrachtigt de zorgregeling met een aanvullende regeling voor de feestdagen.