Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
endat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte daarop was gericht. Naar het oordeel van het hof kan uit de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen (spugen) van de verdachte niet worden afgeleid dat zijn wil– al dan niet over de boeg van het voorwaardelijk opzet – erop was gericht bij de aangeefster de vrees te doen ontstaan dat zij zwaar lichamelijk letsel (ten gevolge van een besmetting met het coronavirus) zou oplopen. Dat de verdachte heeft verklaard weet te hebben van de destijds geldende maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus is niet voldoende om aan te nemen dat hij die opzet had.