ECLI:NL:GHAMS:2023:2470
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- E. van Die
- M.R. Paardekooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt
De betrokkene werd veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal van elektriciteit in Amsterdam. De politierechter legde hem een ontnemingsvordering van €18.141,86 op wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde in hoger beroep dat hij geen voordeel had genoten van een eerdere oogst en dat het bedrag gematigd moest worden vanwege lagere opbrengst en hogere kosten.
Het hof nam kennis van het bewijs, waaronder het proces-verbaal van aantreffen van 200 hennepplanten en aanwijzingen van een eerdere oogst, zoals gebruikte apparatuur en erkentelijkheid van de betrokkene. De verklaring dat de eerdere oogst slechts een try-out was zonder voordeel achtte het hof niet aannemelijk.
De betrokkene kon zijn stelling van hogere kosten niet onderbouwen met betalingsbewijzen. Het hof ging daarom uit van de kostenberekening in het ontnemingsrapport. Gezien de bewijsvoering achtte het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel van €18.141,86 aannemelijk en bevestigde het de ontnemingsvordering.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 september 2023. Een van de rechters kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontnemingsvordering van €18.141,86 wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.